kunst en publieke ruimte 

       
een representatief overzicht van kunst in de openbare ruimte in Nederland van 1970 tot heden | over deze site | hulp bij vinden

De Parkettuin

Een tuin waarin gesnoezeld kan worden. Dat was het uitgangspunt bij de invulling van 3300 m2 grond op het terrein van de Tilburgse organisatie Amarant. Snoezelen (een combinatie van snoezig en doezelen) is een door Amarant toegepaste therapievorm waarbij de zinnen van verstandelijk gehandicapte bewoners op eenvoudige wijze worden geprikkeld; een gevoel van rust en tevredenheid is het resultaat. De laatste jaren is het instituut veranderd in een ‘woonwijk’, die meer bezoekers trekt dan er mensen wonen. Om de openbaarheid en vitaliteit te vergroten ontstond het plan een binnentuin te realiseren.

Voor de vormgeving van de tuin werd Hans Venhuizen (1961) ingeschakeld. Zijn bureau richt zich onder meer op het bestuderen van ontwerp- en vestigingsprocessen binnen een stad. Door hierin in te grijpen probeert Venhuizen de identiteit van (stedelijke) gebieden te versterken. Hijzelf beperkt zich tot 'het concept' dat vervolgens door (landschaps)architecten en kunstenaars wordt uitgewerkt. Een voorbeeld van zo’n concept is de ‘6% regeling’ in Gouda, bedoeld om een culturele symbiose tot stand te brengen tussen de Nederlandse bevolking en de Marokkaanse, die 6% van de stad beslaat. Venhuizen ontwikkelde een plan om op onbebouwd gebied in het centrum van de stad waarop geen Nederlandse culturele claim ligt, een Marokkaans stedelijk interieur na te bootsen. Hierin kunnen een badhuis of markt, maar ook faciliteiten als een voetbalclub of aanleunwoningen voor ouderen worden opgenomen. De Marokkaanse bevolking, veelal wonend in de buitenwijken van Gouda, vindt hierdoor haar culturele aanwezigheid terug.

De tuin van Amarant werd in een zogenaamd visgraatmotief geordend. Hierdoor ontstonden, haaks op elkaar, 85 ‘kamers’ van 3 bij 7,5 meter. Besloten werd deze kamers in te vullen naar de snoezelbehoefte van de verschillende groepen bewoners. De ‘belevingen’ voor deze drie groepen zijn over meer kamers opgebouwd en zodanig gerangschikt dat ze een route vormen. In de route voor autisten staat structuur voorop. De route zelf is duidelijk uitgestippeld met behulp van blauwe tegels en in de kamers zijn simpele (bal)spelletjes aangebracht. De route voor de ouderen kenmerkt zich door veel rustplaatsen, in de vorm van bankjes. De kamers in de derde route bevatten veelal geurplanten en riet, die door hun reuk en geruis de zintuigen stimuleren. De overige kamers van de tuin, die nog niet is voltooid, zullen eveneens voorzien worden van zinnenprikkelende bloemen en planten. (AvdB)


foto: Paul Dekker


foto: Paul Dekker

Kunstenaars: