kunst en publieke ruimte 

       
een representatief overzicht van kunst in de openbare ruimte in Nederland van 1970 tot heden | over deze site | hulp bij vinden

Zonder titel

Het werk van de in Nederland wonende en werkende Zwitserse kunstenaar Moritz Ebinger (1961) is herkenbaar vanwege het verhalende aspect in zijn tekeningen en schilderingen en de voorliefde voor het beschilderen van grote oppervlakken. Naast strips, tekeningen en muurschilderingen maakt Ebinger sculpturen en installaties waarvoor hij de meest uiteenlopende materialen gebruikt. Zo vervaardigde hij een aantal schepen uit knäckebröd, een verwijzing naar het in 1628 verloren gegane Zweedse vlaggenschip WASA, en gebruikte hij voor een installatie eens het gekookte skelet van een paard. Voor de tentoonstelling ‘Panorama 2000’ in Utrecht, die vanaf de Domtoren te zien was, beschilderde hij de stadsbus 2/22 met afbeeldingen van de legende over de verliefde bouwmeester van de Domtoren, die daar ook begraven is. Zijn oorspronkelijke en niet uitgevoerde plan betrof een ontwerp voor een pinautomaat die aan de voet van de Domtoren te bedienen zou moeten zijn, maar waarvan het geld uit een uitgifteluikje hoog boven in de toren verspreid over de stad zou raken. De gulle gever zou enkel het reçuutje resten.

Voor een kunstopdracht voor basisschool De Zonnewijzer in Roermond was nu juist deze humoristische en verhalende inslag van Ebingers werk doorslaggevend. De school, die onderdeel is van een groter complex voor buurtactiviteiten, ligt in een multiculturele wijk en heeft dus veel allochtone leerlingen. De kunstenaar werd daarom gevraagd een kunstwerk te maken dat een symboolfunctie voor de hele wijk zou kunnen vervullen, en dat met name voor de allochtone kinderen en wijkbewoners van bijzondere betekenis moest zijn. Ebinger betrok kunstenaar Bouchaïb Dihaj (1956) bij het project en hun samenwerking resulteerde in een beschilderde, vierhoekige toren van ongeveer acht meter hoog, geïnspireerd op Afrikaanse lemen torens. Naast dit exotische beeld met haar beschilderde, warme kleurvlakken en associatieve figuren is er nog iets anders gedaan om een verbinding tot stand te brengen tussen de verschillende culturen. Als symbool van een soort universele taal, nam Ebinger het geluid van geroezemoes van spelende kinderen op, met de bedoeling het op een eigen frequentie te verzenden. Het beeld zou, als een enorme radio, de golven van deze frequentie opvangen via het woud van antennes aan de bovenzijde en het geluid via de speakers uitzenden. Dit kon echter niet gerealiseerd worden, maar het zachte geroezemoes komt overdag toch uit de toren. Het is van tevoren op genomen en wordt afgespeeld via de speakers. Op gezette tijden weerklinkt op ondubbelzinnige wijze ook de Nederlandse cultuur, bijvoorbeeld als het beeld in december Sinterklaasliedjes laat horen. (VH)


foto: Moritz Ebinger

Kunstenaars: