kunst en publieke ruimte 

       
een representatief overzicht van kunst in de openbare ruimte in Nederland van 1970 tot heden | over deze site | hulp bij vinden

Vu-Dordt

Het gebruik van nieuwe media in kunstwerken, gekoppeld aan een vermeende interactiviteit met het publiek, kan als een nieuwe tendens worden beschouwd als het gaat om kunst in de openbare ruimte. Belangrijk kenmerk van deze werken is dat ze weliswaar door de kunstenaar worden geïnitieerd, maar dat hun verschijningsvorm uiteindelijk wordt bepaald door de interactie met het publiek. Zo maakte Jeroen Doorenweerd (1962) voor de gevel van het stadskantoor van de gemeente Dordrecht ‘Vu-Dordt’, een kunstwerk gebaseerd op de vu-meters die bij versterkers en opnameapparatuur het geluidsniveau zichtbaar maken. Het stadskantoor zag in de renovatie van de gevel van het gebouw een goede aanleiding voor het plaatsen van een kunstwerk. Want wat weet of ziet men eigenlijk van de kraamkamer waar alle plannen, ambities en ontwikkelingen voor de stad uitgebroed worden? Om de anonimiteit van de ambtelijke molen voor de burger te doorbreken moest het werk dus iets van de vele activiteiten in het gebouw verbeelden. De activiteiten in het stadskantoor moesten kortom voor iedereen zichtbaar worden. Doorenweerd vertaalde deze opdracht vervolgens op een zeer letterlijke wijze. Hij ontwierp twee reeksen uitvergrote LED’s die aan de voorbijgangers de actuele bezigheden in het kantoor tonen. Twee microfoons bij de entreebalie meten het geluidsniveau, dat vervolgens aan de buitenkant van het gebouw te zien is door een uitslag van de meters. Hoe meer geluid, des te hoger de rijen LED’s oplichten. Bij normaal geluid gaan van onderaf eerst de elf groene LED’s branden en bij hard geluid ook de drie rode daarboven. Het geluid dat de microfoons registreren is tegelijkertijd ook buiten in de directe omgeving van de ingang hoorbaar. Zo ontstaat een chronologische inconsequentie in de ervaring van tijd en ruimte. Het geluid van de ruimte waar je naar op weg bent is immers al aanwezig terwijl je nog buiten bent, en het geluid van de plek waar je net geweest bent is nog hoorbaar terwijl je die ruimte al verlaten hebt.

Opvallend is dat Doorenweerd verkoos om niet de zogenaamde ambtelijke activiteiten van het stadskantoor te registreren maar de relativerende geluiden van alledag; hakjes op een stenen vloer, het neuriën van de medewerkers, enzovoorts. Het is Doorenweerd ten voeten uit; zijn werken voor de openbare ruimte doen zich op het eerste gezicht voor als alledaagse dingen en niet zozeer als beeldende kunst. Een voorbeeld is het hemelsblauwe zwembad dat Doorenweerd in 1995 maakte voor de gevangenis Nieuw-Vossenveld in Vught. Hoewel het zwembad niet als zodanig functioneert - het is niet de bedoeling dat de gevangenen er gebruik van maken - ontstond rondom de combinatie van de begrippen ‘kunst’, ‘zwembad’ en ‘gevangenis’ toch hevige commotie. In het museum mag het presenteren van een gebruiksvoorwerp inmiddels een gepasseerd station zijn, in de openbare ruimte wist Doorenweerd met dit werk deze begripsverwarring nog volledig naar zijn hand te zetten. (XdJ)


foto: onbekend


foto: onbekend


foto: onbekend

Kunstenaars: