kunst en publieke ruimte 

       
een representatief overzicht van kunst in de openbare ruimte in Nederland van 1970 tot heden | over deze site | hulp bij vinden

Zonder titel

Wel eens een rij kapstokhaakjes op een onvermoede plek als een tramhalte tegengekomen, of een rode brandblusser bevestigd aan een even rode PTT brievenbus? Grote kans dat u, zonder het te weten, oog in oog heeft gestaan met een van Harmen de Hoop’s site-specific werken. Net als een graffitikunstenaar werkt deze kunstenaar anoniem en illegaal en onttrekt zich daarmee aan de gebruikelijke spelregels voor kunst in de openbare ruimte. De Hoop’s specifieke signatuur is het toevoegen van vertrouwde, nuttige, maar uit hun context gehaalde, objecten aan een openbare faciliteit of ruimte. Een Rotterdams metrostation voorzien van het woord ‘hotel’ in grote letters, of een stel schroevendraaiers gemonteerd aan een telefooncel: het zijn exemplarische voorbeelden van zijn werk, een soort pseudo-functionele voorzieningen die een spel spelen met de waarneming en het verwachtingspatroon van de voorbijganger. Met een relatief eenvoudige ingreep ontwricht De Hoop de functie of betekenis van een locatie, en geeft hij een stedelijke plek tijdelijk een andere betekenis. Vaak zijn dit alledaagse plekken of vergeten hoekjes in een stad; locaties die niet onder hun betekenis gebukt gaan.

Hoe achteloos zijn interventies soms mogen lijken, voordat De Hoop toeslaat vindt een gedegen voorbereiding plaats. Hij bezoekt een stad en fotografeert net zo lang tot hij de juiste plek heeft gevonden waar hij wil interveniëren, of zoals hij het zelf liever definieert: ‘contextueel herplaatsen’. Voor het effect van De Hoop’s werk is essentieel is dat de codes, die aangeven dat het om een kunstwerk gaat, ontbreken. Het werken in de anonimiteit is daarom een bewuste strategie. Alleen op deze wijze is hij in staat om de authenticiteit van zijn werk zo lang mogelijk in stand te houden en zo het functioneren van een stedelijke context ter discussie te stellen. Een van de consequenties van deze gewenste anonimiteit is de reactie op het werk Basketball Court. De Hoop schilderde op een driehoekig pleintje in een Amsterdamse buurtwijk de lijnen van een half basketbalveld; het werd abrupt werd afgebroken door een naastgelegen voetpad. Omwonenden, kennelijk in de waan dat het een gemeentelijke voorziening betrof, klaagden na een paar weken bij de gemeente over de ontbrekende basketbalmand, die daarop alsnog werd geplaatst. Later, toen eenmaal duidelijk was geworden dat het om een fictief basketveldje ging, werden de lijnen verwijderd maar de mand bleef staan.

De laatste jaren is een verandering opgetreden in De Hoop’s werkwijze. Zo laat hij mensen participeren in zijn werk en hebben zijn ingrepen tevens een tijdelijker karakter gekregen. De nadruk is meer komen te liggen op het ‘media-effect’: het gebruik van drukwerk als product en als communicatiemiddel. Het werk Proposels for permanent outdoor sculpture uit 2002 is een goed voorbeeld van deze nieuwe werkwijze. De Hoop stelde in 2002 voor Rotterdam een beeldenroute samen onder de verzamelnaam Proposels for permanent outdoor sculpture. Op acht nauwkeurig door hem uitgekozen locaties plaatste hij mensen en dieren, die hij vervolgens fotografeerde. Waar De Hoop voorheen objecten ‘contextueel herplaatste’ doet hij dat in dit project met deze levende sculpturen. Een jonge tennisster die in een steegje tussen witte huizen in een al even hagelwit pakje haar ballen oefent; twee oude mannen die elkaar voor een flat passeren met hun rollatorwagentje; een schaap vastgebonden in een voortuintje of een jongetje voetballend op het minieme stukje gras van een vluchtheuvel in een drukke straat: op het eerste gezicht lijken het vertrouwde scènes. Echter; wie zich bewust wordt van de locatie merkt op dat de beelden iets bevreemdends krijgen. De Hoop’s ‘beeldenroute’ kan bezocht worden, maar de bezoeker moet het zonder de aanwezigheid van de levende sculpturen doen. In plaats daarvan dient de bezoeker ter plekke, aan de hand van de in een brochure afgedrukte foto’s, de beelden op de locaties te projecteren. Sterker dan voorheen toont dit project dat voor Harmen de Hoop de publieke ruimte geen eindstation is, maar een middel om zich toegang te verschaffen tot een mentale ruimte. (XdJ)

Fire Extinguisher (1995), Amsterdam
Fire Extinguisher (1995), Amsterdam
foto: onbekend

Sandbox (1996), Amsterdam
Sandbox (1996), Amsterdam
foto: onbekend

Chessboard (1996), Amsterdam
Chessboard (1996), Amsterdam
foto: onbekend

Boy Playing Football (2001), Rotterdam
Boy Playing Football (2001), Rotterdam
foto: onbekend

Kunstenaars: