kunst en publieke ruimte 

       
een representatief overzicht van kunst in de openbare ruimte in Nederland van 1970 tot heden | over deze site | hulp bij vinden

Dropping

Kunst die bestemd is voor de publieke ruimte krijgt in toenemende mate een tijdelijk karakter. Hoewel zeker niet altijd en overal, is men vaak van mening dat kortstondige interventies meer effect hebben in onze huidige maatschappij, beter passen bij de dynamiek van de ruimtelijke ordening, of meer aansluiten bij de belevingswereld van het publiek. Die tijdelijkheid is relatief. Soms wordt een sculptuur voor slechts een paar jaar ergens geplaatst, in plaats van voor de eeuwigheid. Er zijn residence programma’s waar kunstenaars enkele maanden in een bepaalde buurt werken, al dan niet samen met de omwonenden. Weer anderen organiseren een korte performance. Het ultieme voorbeeld van een zeer kortstondig maar tegelijkertijd ambitieus kunstproject voor de openbare ruimte is ‘Dropping’ van Hester Oerlemans (1961).

In 2005 organiseerde zij elk weekend van september in de uitgestrekte hemel boven de Haarlemmermeerpolder een dropping. Vanuit een vliegtuig of helikopter lieten zij en de vier andere kunstenaars die Oerlemans uitnodigde iets naar beneden vallen. De illusie (het kunstwerk) duurde net zo lang als de tijd van de val. Jan Rothuizen creëerde vanuit een vliegtuigje een wolk van honderden zilverkleurige (biologisch afbreekbare) papierstrookjes. Een betoverende, fonkelende wolk die langzaam naar beneden dwarrelde. Jaap Kroneman liet een aantal propellertjes met muziekapparaatjes naar beneden vallen. Joep van Liefland koos voor enkele honderden videobanden. In een paar daarvan zat een prijs verstopt die de gelukkige vinder in het ‘Joep van Liefland’s Video Palace’ ter plaatse kon ophalen. Voor de spectaculaire dropping van Gabriel Lester hield het publiek, veilig achter afzetlint gezeten op balen stro, haar adem in. De piano die onderaan een helikopter hing kwam met een rotvaart en met passende dreun naar beneden. Benaderd vanuit de film – een medium waar Lester veel mee werkt – beschouwt hij zijn dropping als pure slapstick. Oerlemans zelf dropte opblaaspoppen: niets vermoedende in zwart pak en bolhoed gestoken gentlemen. Het is een eerbetoon aan Magritte, die in 1953 het schilderij ‘Golconde’ maakte. Daarin zweven diezelfde heren uit de lucht als lange regendruppels bij windstil weer kaarsrecht naar beneden.

De weidse lucht boven de polder bracht Oerlemans op het idee van de droppings. Het anonieme vliegverkeer van Schiphol dat boven de polder niets dan geluidsoverlast veroorzaakt wilde ze daarbij een meer persoonlijk gezicht geven. Het moest een eenmalige, verrassende en tot de verbeelding sprekende gebeurtenis worden. Oerlemans werkt vaak op locatie. In het Zocherpark in Utrecht organiseerde ze een modeshow van kostuums opgebouwd uit ballonnen; een hedendaagse vanitas. Voor inrichtingsprojecten voor de openbare ruimte deed ze voorstellen voor een geluidswal met parkeergelegenheid of windmolens met ‘nevenfuncties’ als een uitkijkpost of draaimolen.

‘Dropping’ is een opdracht van de gemeente Haarlemmermeer, dat met dit project voor het eerst koos voor tijdelijke kunst. Daarbij zette het hoog in, en niet alleen in kwalitatief opzicht. Vergunningtechnisch lijkt dit project op het eerste gezicht haast onmogelijk te realiseren. Het doel dat de gemeente voor ogen had was een groter draagvlak voor kunst bij het publiek te creëren. De keuze voor een tijdelijk kunstwerk sluit aan bij de algemene tendens van proceskunst en publieksparticipatie. Mede aanstichter daarvan is het Actieplan Cultuurbereik. (VH)


foto: Hester Oerlemans

Kunstenaars: