kunst en publieke ruimte 

       
een representatief overzicht van kunst in de openbare ruimte in Nederland van 1970 tot heden | over deze site | hulp bij vinden

Cabane

Het werk van Pjotr Müller (1947)  kan gezien worden als een onderzoek naar anonieme sculpturen en bouwsels van primitieve culturen, die niet werden gemaakt binnen een artistieke, maar binnen een religieuze context. Een voorbeeld zijn de hunnebedden in Drenthe, die door hun heldere concept en functionaliteit de kunstenaar inspireerden tot het maken van dit beeld in het Amstelpark. In 1983 zei Müller over het fenomeen hunnebedden het volgende: ‘Het drong tot mij door dat deze monumenten hun kracht ontlenen aan de kracht van de stenen zelf. Niet hun bewerking, maar hun imposante vorm, hun stapeling, hun stenigheid. Zodoende ben ik gekomen tot stapelingen’. In die tijd bouwde Müller hutten door stenen te stapelen. 'Cabane' is een van de eerste werken in de reeks van (gesloten) hutten.

Müller legt zijn gedachten over architectuur vast in zijn beelden, die wel verwijzen naar bouwwerken maar tegelijkertijd autonoom blijven. Zijn verlangen om de architectuur zijn diepere en rituele betekenis terug te geven, en daarmee tegelijk de moderne architectuur te bekritiseren, loopt als een rode draad door zijn werk. Hij werkte enkele jaren aan het project ‘Mijn paradijs’: bouwsels die doen denken aan tempels, in verschillende architectonische stijlen. Later was er een groot project in Diepenheim waar hij tien tijdelijke houten hutten maakte van sloophout. Hij begon met deze constructies van sloophout in 1987 toen hij een kathedraal bouwde voor de manifestatie ‘Beeld-en-Land’. In 1988 bouwde hij van dit materiaal een tempel voor het beeldenbos van het museum Kröller-Müller. (VH)


foto: AFK

Kunstenaars: